Kleine woordjes kunnen in een vreemde taal tot verwarring leiden. Hier wil ik dus vier Deens woorden presenteren en uitleggen hoe ze gebruikt woorden.
De betekenis in het Nederlands, Duits en Engels
noget = iets / etwas / something
ikke noget = niets / nichts / nothing
nogen = iemand / jemand / somebody
ikke nogen = niemand / niemand / nobody
Voorbeeldzinnen:
1. Jeg vil gerne købe ind noget. - Ik wil graag iets inkopen.
2. Men det gør ikke noget. - Maar dat geeft niets.
3. l går mødte jeg nogen på stranden. - Gisteren heb ik iemand op het strand ontmoet.
4. Nogen vil gerne se fjernsyn hvis vejret er dejligt. - Niemand wil graag TV kijken als het weer mooi is.
Grammaticaregel:
et - woorden > noget / ikke noget:
et værelse: noget værelse, ikke noget værelse
en - woorden > nogen / ikke nogen:
en by: nogen by, ikke nogen by
meervoud et / en - woorden: nogen rundstykker, ikke nogen rundstykker
Woordenschat:
et værelse = de kamer / das Zimmer / the room
en by = de stad / die Stadt / the town or city
et rundstykke = het broodje / das Brötchen / the bread roll
Fasulye
Geen opmerkingen:
Een reactie posten