donderdag 6 januari 2011

Deens: Betrekkelijke bijzinnen (= Relative Clauses)

Het grammatica onderwerp van vandaag zijn betrekkelijke bijzinnen (= relative clauses) in het Deens. En omdat de Nederlandse grammatica terminologie (die afwijkt van Latijnse begrippen) voor mij moeilijk is, schrijf ik erbij Duitse of Engelse begrippen tussen haakjes. In het Deens heb je dus twee betrekkelijke voornaamworden (= relative pronouns), dat zijn "der" en "som".

der > het betrekkelijk voornaamwoord heeft betrekking op het onderwerp (= subject) van de zin.
som > het betrekkelijk voornaamwoord heeft betrekking op het onderwerp (= subject) of voorwerp (= object) van de zin.

Voorbeelden:

1. Det er hende, der (som) elsker at spille håndbold. - Dat is diegene die graag handbal speelt. (onderwerp)

2. Det er ham, der (som) kan ikke lide at går en tur. - Dat is diegene die niet van wandelen houdt. (onderwerp)

3. Det er dem, som vi mødte i går. - Dat zijn diegenen die je gisteren hebt ontmoedt. (voorwerp)

4. Det er ham, som vi spillede tennis med i søndags. - Dat is diegene met wie we 's zondags tennisten. (voorwerp).

Fasulye

Geen opmerkingen:

Een reactie posten