Kleine woordjes in een vreemde taal zijn soms qua betekenis moeilijk te begrijpen en te onthouden.
Een goed voorbeeld is het Deense woord "nok".
Mijn Langenscheidt woordenboek geeft als Duitse vertaling: nok = genug, genügend, hinreichend, wohl, schon, noch.
Een Deens - Nederlands Prisma groot woordenboek heb ik nog niet kunnen kopen, want er zal misschien een nieuwe oplage komen.
De betekenis en het gebruik van dit woordje zal wat duidelijker worden door voorbeeldzinnen met Nederlandse vertaling.
1. Det er nok een god idé. - Dat is zeker een goed idee.
2. Du får det nok bedre i morgen. - Het zal zeker beter met jou morgen gaan.
3. Ja, det hjælper nok. - Ja, dat helpt zeker.
4. Du har nok bare sovet for lidt. - Jij hebt zeker maar te weinig geslapen.
5. Du taler vel nok godt dansk. - Je spreekt wel goed Deens.
6. Ja, det skal jeg nok. - Ja, dat zal ik doen.
Fasulye
Geen opmerkingen:
Een reactie posten