In de laaste Deens les op de volksuniversiteit hebben we geoefend om vragen te beantwoorden die met de dagstructuur te maken hebben. De belangrijkste vragen wil ik hier stellen en voorbeeldantwoorden geven.
1. Hvad er klokken? - Hoe laat is het?
Klokken er otte minutter over seks.
Klokker er seks otte.
2. Hvornår står du op? - Wanneer sta je op?
Jeg står op klokken syv. - Ik sta op om seven uur.
3. Hvornår spiser du morgenmad? - Wanneer ontbijt je?
Jeg spiser morgenmad klokken kvart i otte. - Ik ontbijt om kvart voor acht uur.
4. Hvornar går du i seng om aftenen? - Wanneer ga je 's avonds naar bed?
Jeg går i seng om aftenen klokken halv ti. - Ik ga 's avonds om half tien naar bed.
5. Hvor tit arbejder du i haven i weekenden? - Hoe vaak werk je in de tuin in het weekend?
Je arbejde ikke (to gange) i haven i weekenden. - Ik werk niet (twee keer) in de tuin in het weekend.
6. Hvad kan du god lide at lave i weekenden? - Wat vind je leuk om in het weekend te doen?
Je kan godt lide at slappe af i weekenden. - Ik vind het leuk om in het weekend te ontspannen.
Fasulye
In deze blog gaat het specifiek om het leren van vreemde talen van polyglots. De lezers kunnen hier rechtstreeks meevolgen hoe ik mijn eigen vreemde talen leer en krijgen bovendien uitleg over allerlei methodes die voor polyglots heel gewoon zijn.
zondag 28 november 2010
woensdag 24 november 2010
Turks: Grammatica Kaç tane? - Ne kadar?
Ik wil nu maar een interessant grammatica onderwerp uitleggen.
kaç? = hoeveel?
tane = het stuk
kaç tane? = hoeveel stukken / stuks? = ENG: how many?
ne? = wat?
kadar = the amount
ne kadar? = hoeveel? welke hoeveelheid? = ENG: how much?
DE REGEL: Als een hoeveelheid telbaar is, dan wordt erna gevraagd met "kaç tane?" en dit ook bij personen. Als een hoeveelheid ontelbaar is (bv. van suiker, koffie, worst, kaas), dan wordt erna gevraagt met "ne kadar?".
VOORBEELDEN:
1. Mutfakta kaç tane bira var? - In de keuken zijn er hoeveel (flessen) bier?
2. Gönül Hanım ne kadar sucuk alıyor? - Mevrouw Gönül koopt welke hoeveelheid Turkse worst?
3. Sınıfta kaç tane öğrenci var? - In de klas zijn er hoeveel (stuks) studenten?
4. Emine kaç tane sözlük alıyor? - Emine koopt hoeveel (stuks) woordenboeken?
5. Burhan ne kadar şeker satıyor? - Burhan verkoopt welke hoeveelheid suiker?
6. Masada ne kadar ekmek var? - Op de tafel is er welke hoeveelheid brood?
Fasulye
kaç? = hoeveel?
tane = het stuk
kaç tane? = hoeveel stukken / stuks? = ENG: how many?
ne? = wat?
kadar = the amount
ne kadar? = hoeveel? welke hoeveelheid? = ENG: how much?
DE REGEL: Als een hoeveelheid telbaar is, dan wordt erna gevraagd met "kaç tane?" en dit ook bij personen. Als een hoeveelheid ontelbaar is (bv. van suiker, koffie, worst, kaas), dan wordt erna gevraagt met "ne kadar?".
VOORBEELDEN:
1. Mutfakta kaç tane bira var? - In de keuken zijn er hoeveel (flessen) bier?
2. Gönül Hanım ne kadar sucuk alıyor? - Mevrouw Gönül koopt welke hoeveelheid Turkse worst?
3. Sınıfta kaç tane öğrenci var? - In de klas zijn er hoeveel (stuks) studenten?
4. Emine kaç tane sözlük alıyor? - Emine koopt hoeveel (stuks) woordenboeken?
5. Burhan ne kadar şeker satıyor? - Burhan verkoopt welke hoeveelheid suiker?
6. Masada ne kadar ekmek var? - Op de tafel is er welke hoeveelheid brood?
Fasulye
dinsdag 23 november 2010
Turks gesprek: Bij de kruidenier - Bakkalda
Nu wil ik een opgave uit Günaydın les 5 presenteren. Filiz (= vrouwennaam) gaat bij de kruidenier boodschappen halen en voert een gesprek met de kruidenier. Filiz Hanım bakkaldan alışveriş ediyor / yapıyor.
F = Filiz Hanım, B = bakkal = kruidenier
F: Merhaba. - Hallo.
B: Merhaba efendim. - Hallo mevrouw.
F: Sizde domates var mı? - Hebt u tomaten?
B: Evet, efendim. - Ja, mevrouw. - Domates var. - We hebben tomaten.
F: Domates bugün nasıl? - Hoe zijn de tomaten vandaag?
B: Domates bugün çok taze. - De tomaten zijn vandaag heel vers.
F: Iki kilo domates, lütfen. - Twee kilo tomaten alstublieft.
B. Peki, efendim. - In orde, mevrouw.
F: Başka kavun var mı? - Hebt u ook honingmeloenen?
B: Evet, efendim, kavun da var. - Ja, mevrouw, ook honingmeloenen hebben we.
F: Kavun ne kadar? - Hoeveel kosten de honingmeloenen?
B: Tanesi 250 (iki yüz elli) Lira. - 250 Lira het stuk.
F: Bir kavun alayım. - Ik neem een honingmeloen. - 500 (Beş yüz) Lira buyurun. - 500 Lira alstublieft.
B. Teşekkürler, efendim. Sizi 250 (iki yüz elli) Lira veriyorum. - Bedankt, mevrouw. Ik geef u 250 Lira terug.
F: Görüşmek üzere. - Tot ziens.
B: Güle güle. - Tot ziens.
Fasulye
F = Filiz Hanım, B = bakkal = kruidenier
F: Merhaba. - Hallo.
B: Merhaba efendim. - Hallo mevrouw.
F: Sizde domates var mı? - Hebt u tomaten?
B: Evet, efendim. - Ja, mevrouw. - Domates var. - We hebben tomaten.
F: Domates bugün nasıl? - Hoe zijn de tomaten vandaag?
B: Domates bugün çok taze. - De tomaten zijn vandaag heel vers.
F: Iki kilo domates, lütfen. - Twee kilo tomaten alstublieft.
B. Peki, efendim. - In orde, mevrouw.
F: Başka kavun var mı? - Hebt u ook honingmeloenen?
B: Evet, efendim, kavun da var. - Ja, mevrouw, ook honingmeloenen hebben we.
F: Kavun ne kadar? - Hoeveel kosten de honingmeloenen?
B: Tanesi 250 (iki yüz elli) Lira. - 250 Lira het stuk.
F: Bir kavun alayım. - Ik neem een honingmeloen. - 500 (Beş yüz) Lira buyurun. - 500 Lira alstublieft.
B. Teşekkürler, efendim. Sizi 250 (iki yüz elli) Lira veriyorum. - Bedankt, mevrouw. Ik geef u 250 Lira terug.
F: Görüşmek üzere. - Tot ziens.
B: Güle güle. - Tot ziens.
Fasulye
maandag 22 november 2010
Mijn leerboeken en werkboeken van het Turks en Deens
woensdag 17 november 2010
Deens: Hvad er klokken? - Hoe laat is het?
Hvad er klokken? - Hoe laat is het?
kl. 7:00 = klokken syv = syv nul nul
kl. 8:0x = x minutter over otte = otte nul x
kl. 9:15 = kvart over ni = ni femten
kl. 10:25 = fem minutter i halv elleve = ti femogtyve
kl. 6:30 = halv syv = seks tredive
kl. 4:35 = fem minutter over halv fem = fire femogtredive
kl. 3:40 = tyve minutter i fire = tre fyrre
kl. 2:45 = kvart i tre = to femogfyrre
kl. 11:48 = tolv minutter i tolv = elleve otteogfyrre
kl. 12:00 = klokken tolv = tolv nul nul
Fasulye
kl. 7:00 = klokken syv = syv nul nul
kl. 8:0x = x minutter over otte = otte nul x
kl. 9:15 = kvart over ni = ni femten
kl. 10:25 = fem minutter i halv elleve = ti femogtyve
kl. 6:30 = halv syv = seks tredive
kl. 4:35 = fem minutter over halv fem = fire femogtredive
kl. 3:40 = tyve minutter i fire = tre fyrre
kl. 2:45 = kvart i tre = to femogfyrre
kl. 11:48 = tolv minutter i tolv = elleve otteogfyrre
kl. 12:00 = klokken tolv = tolv nul nul
Fasulye
dinsdag 16 november 2010
Turks: Bevestigende en ontkennende zinnen
Ik heb nu les 4 van mijn leerboek "Günaydın" bestudeerd, maar het is nog allemaal herhaling voor mij, zowel wat de grammatica als ook wat de woordenschat betreft. Maar toch wil ik een kleine oefening met bevestigende en ontkennende zinnen presenteren:
1a. Hastayım. - Ik ben ziek.
1b. Hasta değilim. - Ik ben niet ziek.
2a. Sende Türkçe kitabı var. - Jij hebt een Turks boek / een boek Turks.
2b. Sende Türkçe kitabı yok. - Jij hebt geen Turks boek / geen boek Turks.
3a. Hakan rakı içiyor. - Hakan drinkt raki.
3b. Hakan rakı içmiyor. - Hakan drinkt geen raki.
4a. Delisiniz. - U bent / jullie zijn gek.
4b. Deli değilsiniz. - U bent niet / jullie zijn niet gek.
5a. Bugün evdeyiz. - Vandaag zijn wij thuis.
5b. Bugün evde değiliz. - Vandaag zijn wij niet thuis.
6a. Selma ütü yapıyor. - Selma strijkt. / Selma is aan het strijken.
6b. Selma ütü yapmıyor. Selma strijkt niet. / Selma is niet aan het strijken.
Fasulye
1a. Hastayım. - Ik ben ziek.
1b. Hasta değilim. - Ik ben niet ziek.
2a. Sende Türkçe kitabı var. - Jij hebt een Turks boek / een boek Turks.
2b. Sende Türkçe kitabı yok. - Jij hebt geen Turks boek / geen boek Turks.
3a. Hakan rakı içiyor. - Hakan drinkt raki.
3b. Hakan rakı içmiyor. - Hakan drinkt geen raki.
4a. Delisiniz. - U bent / jullie zijn gek.
4b. Deli değilsiniz. - U bent niet / jullie zijn niet gek.
5a. Bugün evdeyiz. - Vandaag zijn wij thuis.
5b. Bugün evde değiliz. - Vandaag zijn wij niet thuis.
6a. Selma ütü yapıyor. - Selma strijkt. / Selma is aan het strijken.
6b. Selma ütü yapmıyor. Selma strijkt niet. / Selma is niet aan het strijken.
Fasulye
maandag 8 november 2010
Strategie van het leren in een taalcursus
Momenteel ben ik cursiste in een taalcursus Deens aan de volksuniversiteit. Ik heb contact met andere mensen die ook taalcursussen doen.
Wat is als strategie zinvol?
Het is natuurlijk zo dat de leraar of lerares adviezen geeft in de klas hoe men met de leerstof moet omgaan. In het volwassenenonderwijs geven sommige leraren huiswerk op en andere niet. Daar zijn dus grote verschillen van leraar tot leraar. Voor mij is het nabereiden van de leerstof na de les thuis vanzelfsprekend. In cursussen die met een leerboek en een werkboek werken, schaf ik altijd de audio CDs (vroeger: cassettes) aan en gebruik die om vele keren de dialogen, teksten en oefeningen te beluisteren. Het beluisteren van de native speakers van de taal op de CDs is voor mij een kernelement van het leren. Het kan zijn dat de uitspraak van de leraar daarvan afwijkt, dus dat is belangrijk om te weten.
In zo'n klas is het niet gewenst dat de leerlingen vooruitwerken, dus zodoende hou ik me aan dit principe en maak een grondige nabewerking van datgene wat in de klas is doorgenomen. Veel aandacht besteed ik aan de nieuwe woorden in de woordenlijsten achter in het boek en aan de grammaticauitleg. Ik laat me niet beinvloeden of andere cursisten thuis veel of weinig doen, want ik heb door mijn ervaring met zelfstudie mijn eigen voorstellingen ervan hoeveel werk ik in een les van het leerboek moet steken.
Mijn advies is om zich niet te veel van anderen te laten beinvloeden in de hoeveelheid studie die men zelf wil doen.
Fasulye
Wat is als strategie zinvol?
Het is natuurlijk zo dat de leraar of lerares adviezen geeft in de klas hoe men met de leerstof moet omgaan. In het volwassenenonderwijs geven sommige leraren huiswerk op en andere niet. Daar zijn dus grote verschillen van leraar tot leraar. Voor mij is het nabereiden van de leerstof na de les thuis vanzelfsprekend. In cursussen die met een leerboek en een werkboek werken, schaf ik altijd de audio CDs (vroeger: cassettes) aan en gebruik die om vele keren de dialogen, teksten en oefeningen te beluisteren. Het beluisteren van de native speakers van de taal op de CDs is voor mij een kernelement van het leren. Het kan zijn dat de uitspraak van de leraar daarvan afwijkt, dus dat is belangrijk om te weten.
In zo'n klas is het niet gewenst dat de leerlingen vooruitwerken, dus zodoende hou ik me aan dit principe en maak een grondige nabewerking van datgene wat in de klas is doorgenomen. Veel aandacht besteed ik aan de nieuwe woorden in de woordenlijsten achter in het boek en aan de grammaticauitleg. Ik laat me niet beinvloeden of andere cursisten thuis veel of weinig doen, want ik heb door mijn ervaring met zelfstudie mijn eigen voorstellingen ervan hoeveel werk ik in een les van het leerboek moet steken.
Mijn advies is om zich niet te veel van anderen te laten beinvloeden in de hoeveelheid studie die men zelf wil doen.
Fasulye
Turks: De omschrijving van "hebben"
De Turkse taal heeft geen equivalent met het werkwoord "hebben". Als men dit wil uitdrukken, moet het omschreven worden. Ik zal wat voorbeelden geven, zodat dat duidelijk wordt.
Sende kitap var mı? - Heb jij een boek?
Evet, bende kitap var. - Ja, ik heb een boek.
Hayır, bende kitap yok. - Nee, ik heb geen boek.
Sizde kalem yok mu? - Hebt u / hebben jullie niet een stift?
Sizde kalemtıraş var mı? - Hebt u / hebben jullie een puntenslijper (= Bleistiftanspitzer)?
Evet, bende / bizde kalemtıraş var. - Ja, ik / wij hebben een puntenslijper.
Hayır, bende / bizde kalemtıraş yok. - Nee, ik / wij hebben geen puntenslijper.
Kitap kimde? - Wie heeft het boek?
Kitap bende. - Ik heb het boek.
Kitap sende yok mu? - Heb jij niet het boek?
NB: Aan de volgorde van het naamwoord in de zin kam men herkennen of het woord bepaald (NL: de / het) of onbepaald (NL: een) is. Het Turks gebruikt hierbij geen lidwoord.
Fasulye
Sende kitap var mı? - Heb jij een boek?
Evet, bende kitap var. - Ja, ik heb een boek.
Hayır, bende kitap yok. - Nee, ik heb geen boek.
Sizde kalem yok mu? - Hebt u / hebben jullie niet een stift?
Sizde kalemtıraş var mı? - Hebt u / hebben jullie een puntenslijper (= Bleistiftanspitzer)?
Evet, bende / bizde kalemtıraş var. - Ja, ik / wij hebben een puntenslijper.
Hayır, bende / bizde kalemtıraş yok. - Nee, ik / wij hebben geen puntenslijper.
Kitap kimde? - Wie heeft het boek?
Kitap bende. - Ik heb het boek.
Kitap sende yok mu? - Heb jij niet het boek?
NB: Aan de volgorde van het naamwoord in de zin kam men herkennen of het woord bepaald (NL: de / het) of onbepaald (NL: een) is. Het Turks gebruikt hierbij geen lidwoord.
Fasulye
zondag 7 november 2010
Turks: De getallen van 1 tot 100
Nu wil ik ook maar eens in het Turks tellen, want dat is leerstof van het leerboek "Günaydın" les 3:
0 = sıfır
1 = bir
2 = iki
3 = üç
4 = dört
5 = beş
6 = altı
7 = yedi
8 = sekiz
9 = dokuz
10 = on
11 = on bir
12 = on iki
13 = on üç
14 = on dört
15 = on beş
20 = yirmi
21 = yirmi bir
22 = yirmi iki
23 = yirmi üç
24 = yirmi dört
25 = yirmi beş
30 = otuz
40 = kırk
50 = elli
60 = altmış
70 = yetmiş
80 = seksen
90 = doksan
100 = yüz
2010 = iki yüz on
Oefeningen met telefoncijfers:
22 48 35 = yirmi iki kırk sekiz otuz beş
59 14 02 = elli dokuz on dört sıfır iki
33 51 03 = otuz üç elli bir sıfır üç
78 69 25 = yetmiş sekiz altmış dokuz yirmi beş
39 17 86 = otuz dokuz on yedi yetmiş altı
45 92 72 = kırk beş doksan iki yetmiş iki
Dit is een leuke oefening voor getallen die iedereen zelf kan samenstellen. Als men hiermee heel veel getallen oefent, dan kan men ze perfekt van buiten.
Fasulye
0 = sıfır
1 = bir
2 = iki
3 = üç
4 = dört
5 = beş
6 = altı
7 = yedi
8 = sekiz
9 = dokuz
10 = on
11 = on bir
12 = on iki
13 = on üç
14 = on dört
15 = on beş
20 = yirmi
21 = yirmi bir
22 = yirmi iki
23 = yirmi üç
24 = yirmi dört
25 = yirmi beş
30 = otuz
40 = kırk
50 = elli
60 = altmış
70 = yetmiş
80 = seksen
90 = doksan
100 = yüz
2010 = iki yüz on
Oefeningen met telefoncijfers:
22 48 35 = yirmi iki kırk sekiz otuz beş
59 14 02 = elli dokuz on dört sıfır iki
33 51 03 = otuz üç elli bir sıfır üç
78 69 25 = yetmiş sekiz altmış dokuz yirmi beş
39 17 86 = otuz dokuz on yedi yetmiş altı
45 92 72 = kırk beş doksan iki yetmiş iki
Dit is een leuke oefening voor getallen die iedereen zelf kan samenstellen. Als men hiermee heel veel getallen oefent, dan kan men ze perfekt van buiten.
Fasulye
vrijdag 5 november 2010
Dialoog in het Deens: Pâ café - In het café
Dialoog:
(en tjener = een kellner)
Tjener: Goddag! - Goedendag!
Lone: Goddag! - Goedendag!
Tjener: Hvad skal du have? - Wat kan ik voor u doen?
Lone: Jeg skal have en kop té at drikke. - Ik wil graag een kop thee om te drinken.
Tjener: Skal du også have noget at spise? - Wilt u ook nog iets om te eten?
Lone: Ja, jeg wil gerne have en skinkesandwich. - Ja, ik wil graag een sandwich met ham.
Tjener: Værsgo. - Alstublieft.
Lone: Tak skal du have. - Bedankt.
Hvad koster de hele? - Wat kost het samen?
Tjener: Det koster 75 (femoghalvfjerds) kroner. - Dat kost 75 kronen.
Lone: Undskyld, men det er ikke rigtigt. - Sorry, maar dat klopt niet.
Tjener: Undskyld! Du har ret, det bliver 70 (halvfjerds) kroner. - Sorry! U hebt gelijk, dat kost 70 kronen.
Lone: Værsgo. - Alstublieft.
Tjener: Tak skal du have. - Bedankt.
Lone: Farvel! - Tot ziens!
Tjener: Farvel! - Tot ziens!
Fasulye
(en tjener = een kellner)
Tjener: Goddag! - Goedendag!
Lone: Goddag! - Goedendag!
Tjener: Hvad skal du have? - Wat kan ik voor u doen?
Lone: Jeg skal have en kop té at drikke. - Ik wil graag een kop thee om te drinken.
Tjener: Skal du også have noget at spise? - Wilt u ook nog iets om te eten?
Lone: Ja, jeg wil gerne have en skinkesandwich. - Ja, ik wil graag een sandwich met ham.
Tjener: Værsgo. - Alstublieft.
Lone: Tak skal du have. - Bedankt.
Hvad koster de hele? - Wat kost het samen?
Tjener: Det koster 75 (femoghalvfjerds) kroner. - Dat kost 75 kronen.
Lone: Undskyld, men det er ikke rigtigt. - Sorry, maar dat klopt niet.
Tjener: Undskyld! Du har ret, det bliver 70 (halvfjerds) kroner. - Sorry! U hebt gelijk, dat kost 70 kronen.
Lone: Værsgo. - Alstublieft.
Tjener: Tak skal du have. - Bedankt.
Lone: Farvel! - Tot ziens!
Tjener: Farvel! - Tot ziens!
Fasulye
dinsdag 2 november 2010
Deens: De getallen van 1 tot 100
Even in het Deens van 1 tot 100 tellen:
1 = en, et
2 = to
3 = tre
4 = fire
5 = fem
6 = seks
7 = syv
8 = otte
9 = ni
10 = ti
11 = elleve
12 = tolv
13 = tretten
14 = fjorten
15 = femten
16 = seksten
17 = sytten
18 = atten
19 = nitten
20 = tyve
21 = enogtyve
22 = toogtyve
23 = treogtyve
24 = fireogtyve
25 = femogtyve
30 = tredive
40 = fyrre
50 = halvtreds
60 = tres (> 3 x 20 = 60)
70 = halvfjerds
80 = firs (> 4 x 20 = 80)
90 = halvfems
100 = (et) hundrede
Fasulye
1 = en, et
2 = to
3 = tre
4 = fire
5 = fem
6 = seks
7 = syv
8 = otte
9 = ni
10 = ti
11 = elleve
12 = tolv
13 = tretten
14 = fjorten
15 = femten
16 = seksten
17 = sytten
18 = atten
19 = nitten
20 = tyve
21 = enogtyve
22 = toogtyve
23 = treogtyve
24 = fireogtyve
25 = femogtyve
30 = tredive
40 = fyrre
50 = halvtreds
60 = tres (> 3 x 20 = 60)
70 = halvfjerds
80 = firs (> 4 x 20 = 80)
90 = halvfems
100 = (et) hundrede
Fasulye
Deens: Pâ café - In het café
In de laaste les van mijn cursus Deens aan de volksuniversiteit hebben hebben we typische gesprekken in een café geoefend, zoals bijvoorbeeld hoe men iets bestelt.
Hvad skal I have? - Wat wilt u hebben?
Jeg skal have et glas appelsinjuice og et stukke gulerodskage. - Ik wil graag een glas sinaasappelsap en een stuk karottentaart.
Hvad koster et stukke gulerodskage? - Hoeveel kost een stuk karottentaart?
Det koster 28 (otteogtyve) kroner. - Dit kost 28 (achtentwintig) kronen.
Skal I også have noget at drikke eller at spise? - Wilt u nog iets te drinken of te eten hebben?
Værsgo. - Alstublieft.
Betaler I sammen eller hver for sig? - Betaalt u samen of iedereen apart?
Vi betaler hver for sig. - Wij betalen iedereen apart.
Hvad bliver det? - Hoeveel is het?
Det bliver 55 (femoghalvtreds) kroner. - Dat is 55 (vijfenvijftig) kronen.
Værsgo. - Alstublieft.
Tak skal du have. - Bedankt.
Fasulye
Hvad skal I have? - Wat wilt u hebben?
Jeg skal have et glas appelsinjuice og et stukke gulerodskage. - Ik wil graag een glas sinaasappelsap en een stuk karottentaart.
Hvad koster et stukke gulerodskage? - Hoeveel kost een stuk karottentaart?
Det koster 28 (otteogtyve) kroner. - Dit kost 28 (achtentwintig) kronen.
Skal I også have noget at drikke eller at spise? - Wilt u nog iets te drinken of te eten hebben?
Værsgo. - Alstublieft.
Betaler I sammen eller hver for sig? - Betaalt u samen of iedereen apart?
Vi betaler hver for sig. - Wij betalen iedereen apart.
Hvad bliver det? - Hoeveel is het?
Det bliver 55 (femoghalvtreds) kroner. - Dat is 55 (vijfenvijftig) kronen.
Værsgo. - Alstublieft.
Tak skal du have. - Bedankt.
Fasulye
Abonneren op:
Posts (Atom)

