Een leuke manier om met vreemde talen bezig te zijn is het koken met kookrecepten in vreemde talen. Ik heb dus kookboeken in het Nederlands, Frans, Duits en Engels ter beschikking en kooktijdschriften in het Spaans en Italiaans.
Wat ik eerst doe is dat ik een foto van een maaltijd kies die er smakelijk uitziet. Dus kookrecepten zonder foto zijn voor mij minder geschikt. Dan kijk ik de ingredientenlijst door of daar dingen inzitten die ik niet lekker vind, die te duur zijn of die ik hier niet kan kopen. Daarbij is natuurlijk een woordenboek handig, want sommige buitenlandse ingredienten heb ik nog nooit gelezen. Daarna neem ik de beslissing, of ik een bepaald gerecht wil koken.
Het hangt van de taal af, hoeveel werk ik erin moet steken, om de hele tekst van het recept te begrijpen. Zo'n kookrecept dwingt mij om het 100 % te begrijpen, want anders zal het koken niet succesvol zijn. Het eist dus intensief bezig zijn met de vreemde taal. Dat kan doordat ik me van een kookboek een kopie maak of een recept uit een kooktijdschrift uitknip en daarbij een woordenlijst samenstel of L2 - L1 of L3 - L2. Bij mijn Romaanse talen schrijf ik dus altijd een woordenlijst op, terwijl ik in Engelse of Nederlandse recepten slechts weinig onbekende woorden tegenkom.
Ik heb thuis hele ordners met buitenlandse recepten staan die voorzien zijn van woordenlijsten. Bij het koken zelf gebruik ik altijd het recept in de vreemde taal, dus ik zou nooit op het idee komen, om het recept in mijn ouderlijke taal te vertalen.
Het is een leuke manier van talenstudie, want het levert een resultaat op, waar je iets concreets mee kunt doen. En je moet het omgaan met de vreemde taal echt sereius nemen, want anders mislukt het koken. Ik vind zoiets uitermate leerzaam! :)