zondag 24 oktober 2010

Turks: Kennismakingsgesprek

Als je contact legt met Turkse mensen, willen ze vaak wat algemene gegevens over je weten. Les 2 van het leerboek "Günaydin" gaat in op zulke formuleringen. Ik hab dat wat daar in de les geoefend wordt hier een beetje gevarieerd.

- Merhaba! - Hallo!

- Adım Fasulye. - Ik heet Fasulye.

- Tanıştırayım, bu Arzu Ersoy. - Ik stel voor, dit is Arzu Ersoy.*

* Arzu = vrouwelijke voornaam, Ersoy = achternaam

- Arzu Hanım* evli ve kirk beş yaşında. - Mevrouw Arzu is getrouwd en 45 jaar oud.

* Het is typisch Turks dat de mensen met de voornaam en Hanım / Bey als titel worden aangesproken.

- Arzu Hanım, nerelisiniz? - Mevrouw Arzu, waar komt u vandaan?

- Ben Ankaralıyım. - Ik kom uit Ankara vandaan.

- Siz Türksünüz? - Bent u Turkse?

- Evet, Türküm. - Ja, ik ben Türkse.

- Fasulye, sen de Türksün? - Fasulye, ben jij ook Turkse?

- Hayır, Türk değilim. Almanım. - Nee, ik ben geen Turkse. Ik ben Duitse.

- Arzu Hanım, ne iş yapiyorsunuz? - Wat is uw werk?

- Ben öğretmenim. - Ik ben lerares.

- Fasulye, sen de öğretmen misin? - Fasulye, ben jij ook lerares?

- Hayır, öğretmen değilim. - Nee, ik ben geen lerares.

- Şimdilik çalişmiyorum. - Momenteel werk ik niet.

- Fakat bürocuyum. - Maar ik ben kantoormedewerkster.

- Teşekkür ederim, Arzu Hanım. Bedankt, Mevrouw Arzu.

- Hoşca kalın! - Daag!

- Güle güle! - Daag!

Fasulye

donderdag 21 oktober 2010

Nieuw Leerboek Turks

Ik heb besloten om voor het Turks mijn leerboek "Lextra Sprachkurs Türkisch" niet meer te gebruiken, nadat ik nu les 10 (van 16 lessen) heb afgesloten. Dit boek heeft één relevant nadeel die mij een beejte de studie kapotmaakt. De woordenschat per les is niet afgrensbaar, omdat er geen woordenlijsten per les achter in het boek staan. Bijvoorbeeld worden er voor grammaticauitleg nieuwe woorden gebruikt die nergens vertaald of uitgelegd worden. Uiteindelijk bij les 10 aangekomen wist ik niet meer welke woorden ik moest kennen en welke niet en had ook geen mogelijkheid om het natekijken in een woordenlijst.

Ik gebruik nu een ander leerboek, dat heet "Günaydin" van Alev Tekinay en het bestaat uit boekdeel 1, 2 en 3. Dit is een boek in het Duits geschreven van de Dr. Ludwig Reichert Verlag, Wiesbaden. Dit boek is bij taalcussussen aan de universiteit ontstaan en het wordt in Duitsland voor lessen Turks aan de universiteit gebruikt. Inhoudelijk wordt dat duidelijk omdat in dit boek diepgaande grammatica uitleg zit en de personen die in het boek spelen veelal studenten, professoren en academici zijn. Boekdeel 1 heeft aanvullend audio CDs en een sleutel met Duitse vertalingen van teksten en de oplossingen tot de oefeningen.

Hoezo geen Nederlands leerboek? Voordat ik een leerboek koop, moet ik het een keer doorgebladerd hebben, om het kwalitatief te kunnen beoordelen. Boeken in Nederland zijn nog duurder dan in Duitsland en ik wil geen onnodig risico lopen. In een boekenwinkel in Nederland heb ik een leerboek Turks doorgebladerd en dat vond ik kwalitatief niet overtuigend. Ik weet de boektitel niet meer, maar het werd me gelijk duidelijk dat ik het niet geschikt vond. Trouwens denk ik dat er weinig leerboeken Turks op de Nederlandse boekenmarkt te vinden zijn. Mocht iemand van mijn lezers goede Nederlandstalige leerboeken kennen voor de talen die ik bestudeer, dan zijn aanbevelingen welkom (met ISBN).

Fasulye

zondag 10 oktober 2010

Deens: bijvoegelijke naamwoorden en bijwoorden

Hier gaat het om het bijvoegelijk naamwoord (adjektief) en het bijwoord (adverb) in het Deens. Het Deens heeft twee woordgeslachten, utrum en neutrum.

Utrum:

en lærer = een leraar
en uge = een week
en måned = een maand

Neutrum:

et barn = het kind
et værelse = de kamer
et stykke = het stuk

De regel voor bijvoegelijke naamwoorden is:

utrum: - zonder uitgang
neutrum: - met uitgang t
meervoud: - met uitgang e

Voorbeelden:

en god lærer = een goede leraar
et stort værelse = een grote kamer
røde huser = rode huizen

Bijvoegelijke naamwoorden (adjektieven) en bijwoorden (adverbien):

1. Filmen var god. - De Film was goed. (Prädikatsnomen)
2. Han taler naturligt. - Hij spreekt natuurlijk. (bijwoord)
3. Solen skinner dejligt. - De zon schijnt mooi. (bijwoord)
4. Posten kommer for sent. - De post komt te laat. (bijwoord)
5. Slottet er smukt. - Het kasteel is mooi. (Prädikatsnomen)
6. Det er rigtig hyggeligt. - Dit is werkelijk gezellig. (Prädikatsnomen)

Dit grammatica-onderwerp vind ik niet zo makkelijk, maar door veel gebruik van de vormen krijgt men daar zekerheid in.

Fasulye

vrijdag 8 oktober 2010

Mijn voordeel van het leren in een klas: Beter denken in de vreemde taal

Ik heb er dus bewust voor gekozen om weer eens talen in een klas te leren. Naast de Deense cursus zit ik ook nog in een Engelse conversatiecursus op "advanced level". Voor de Engelse cursus heb ik gekozen om met een vriendin een gezamelijke taalcursus te doen en zij is op het Engels gespecialiseerd.

Het gaat mij om het samen leren met andere mensen, ik vind zoiets motiverend voor mijn verdere studieactivitieten die ik alleen thuis moet doen. Wat ik niet doe, is met het klasboek vooruitleren, dus ik moet me wel dwingen om na de les de leerstof te herhalen en om niet nog verdere oefeningen te doen, die in de klas nog niet doorgenomen zijn. Een beetje jammer vind ik, dat de docent geen huiswerk geeft, maar op de volksuniversiteit willen veel volwassenen geen huiswerk doen, dus ik denk dat de leraar zich aan zoiets aanpast om te voorkomen dat mensen de cursus afbreken.

Het meest nuttige van zo'n klasavond Deens vind ik eigenlijk dat me de les dwingt om in het Deens te denken. Dit effect heb ik bij zelfstudie op beginners level veel minder. Zelfs uren na de les zijn mijn gedachtens nog naar het Deens overgeschakeld, ook nog op de volgende dag. Ik ben er niet in geslaagd om dit effect met zelfstudie te bereiken. Dat vind ik een groot gebrek. Met goede klas lessen lukt me dat wel om mijn gedachtens in het Deens te dwingen. Alleen als een leraar te weinig de vreemde taal gebruikt in de les, dan kan het denken in de vreemde taal niet gestimuleerd worden.

Deens: Hvordan gâr det? Hoe gaat het?

Leerboek: Vi snakkes ved, Les 2

Uitgebreid hebben we in de les behandeld, hoe het met mensen kan gaan en - vraag en antwoord.

Hoe gaat het met jou/met u: Hvordan går det met dig?

Hoe is het met jou/met u: Hvad met dig?

Het gaat uitstekend: Det går fint.

Het gaat goed: Det går godt.

Het gaat zo wel: Det går meget godt.

Het gaat niet zo goed: Det går ikke så godt.

Als men wil weten wat er aan de hand is: Hvad er der i vejen?

Beterschap toegewenst: God bedring!

Het gaat niet zo goed, omdat ik verkouden ben.
Det går ikke så godt, fordi jeg er forkølet.

Fasulye

Deens: Fritidsaktiviteter - Vrijetijdsactiviteiten

Leerboek: Vi snakkes ved, Les 2

In de cursus Deens hebben we eenvoudige vragen gesteld over wat mensen graag in hun vrije tijd doen:

1. Dorte, kan du lide at se fjernsyn? Ja, det kan jeg godt.

2. Preben, kan du lide at spille fodbold? Ja, det kan jeg også godt.

3. Lone, kan du lide at gå en tur? Nej, det kan jeg ikke.

4. Lars, kan du lide at svømme. Nej, det kan jeg heller ikke.

5. Fasulye, kan du lide at lave mad? Ja, det kan jeg godt.

6. Fasulye, kan du lide at sejle? Nej, det kan jeg ikke.

7. Hun kan lide at danse. Zij houdt van dansen.

8. Han kan også lide at cykle. Hij houdt ook van fietsen.

9. Vi kan heller ikke lide at læse. Wij houden ook niet van lezen.

10. I kan ikke lide at lære rusisk. Jullie houden niet van het Russisch leren.


Woordenschat:

- at se fjernsyn = televisie kijken
- at spille fodbold = voetballen
- at gå en tur = gaan wandelen (spazieren gehen)
- at lave mad = koken, kokerellen
- at sejle = zeilen, varen (met elke soort schip)
- at cykle = fietsen
- at svømme = zwemmen
- at høre musik = naar muziek luisteren

Fasulye

vrijdag 1 oktober 2010

Deens: Nuttige uitdrukkingen - Nyttige udtryk

Nu wil ik graag nuttige uitdrukkingen van mijn tweede les Deens aan de volksuniversiteit presenteren: We gebruiken steeds het leerboek en werkboek "Vi snakkes ved".

Welke Deense steden kennen jullie: Hvilke danske byer kender I?

Wij kennen bijvoorbeeld: ...
Vi kender for eksempel Nykøbing, Odense, Århus og Kolding.

Hoe groet je elkaar? ...
Hvordan hilser man på hinanden? Man hilser: Hej! Dav! Goddag! God morgen! God aften!

Hoe neemt men afscheid? ...
Hvordan tager man afsked? Man tager afsked: Hej-hej! Farvel!

Welke talen kun jij/kunt u spreken?
Hvilke sprog kan du tale?

Ik kan Duits, Nederlands, Engels, Frans, Italiaans, Spaans en Esperanto spreken.
Jeg kan tale tysk, nederlandsk, engelsk, fransk, italiansk, spansk og Esperanto.

Welke talen leer jij/leert u?
Hvilke sprog lærer du?

Ik leer Deens en Turks. Jeg lærer dansk og tyrkisk.

Men zegt na een gezamelijke avond: Tak for i aften. - Selv tak!

Tot ziens op dinsdag! Vis ses på tirsdag!

Antwoord: Ja, dat doen wij. Ja, det gør vi.

også - ikke - heller ikke = ook - niet - ook niet

Zij heet ook Mette. Hun hedder også Mette.

Hij woont niet in Kolding. Han bor ikke i Kolding.

Zij wonen ook niet in Kolding. De bor heller ikke i Kolding.

Spel de woorden! Stav ordene!

Hoeveel medeklinkers heeft het Deense alfabeet? - 21?
Hvor mange konsonanter har det danske alfabet? - 21?

Hoeveel klinkers heeft het Deense alfabeet? - 9?
Hvor mange vokaler har det danske alfabet? - 9?

Waar in Denemarken ga je naartoe?
Hvor i Danmark tager du hen?

Woon je in Odense? Bor du i Odense?
Ja, dat doe ik. Ja, det gør jeg.
Nee, dat doe ik niet. Nej, det gør jeg ikke.

Fasulye