maandag 31 januari 2011

Deens: Nuttige zinnetjes

Ik wil maar weer eens nuttige zinnetjes uit mijn avondcursus Deens presenteren vanuit les 6 van het leerboek. In zo'n geval zou ik aanbelvelen om die zinnetjes gewoon van buiten te leren. Ikzelf doe dat ook. Je kunt ze dan in standaardsituaties steeds weer gebruiken.

1. Vi snakkes ved! - Wij blijven in contact!

2. Der skal jeg ikke noget. - Daar ben ik niets van plan.

3. Vil du godt tale lidt langsommere? - Wilt u graag iets langzamer spreken?* *Belangrijke zin voor toeristen in Denemarken!

4. Det gider jeg ikke. - Daar heb ik geen zin in.

5. Må jeg godt låne din kuglepen? - Mag ik jouw / uw pen lenen?

6. God fornøjelse! - Veel plezier!

7. God fornøjelse på cykelturen! - Veel plezier met de fietstocht!

8. Vi skal på værtshus. Vil du med? - Wij gaan naar de kroeg. Wil jij / wilt u mee?

9. Kom godt hjem! - Kom veilig thuis!

10. Nej, det kan jeg desværre ikke. - Nee, dat kan ik helaas niet doen.

11. Jeg skal hjem at sove. - Ik ga naar huis om te slapen.

12. Måske en anden gang. - Misschien een andere keer.

Fasulye

maandag 24 januari 2011

Deens: Het woordje "nok" en het gebruik ervan

Kleine woordjes in een vreemde taal zijn soms qua betekenis moeilijk te begrijpen en te onthouden.

Een goed voorbeeld is het Deense woord "nok".

Mijn Langenscheidt woordenboek geeft als Duitse vertaling: nok = genug, genügend, hinreichend, wohl, schon, noch.

Een Deens - Nederlands Prisma groot woordenboek heb ik nog niet kunnen kopen, want er zal misschien een nieuwe oplage komen.

De betekenis en het gebruik van dit woordje zal wat duidelijker worden door voorbeeldzinnen met Nederlandse vertaling.

1. Det er nok een god idé. - Dat is zeker een goed idee.

2. Du får det nok bedre i morgen. - Het zal zeker beter met jou morgen gaan.

3. Ja, det hjælper nok. - Ja, dat helpt zeker.

4. Du har nok bare sovet for lidt. - Jij hebt zeker maar te weinig geslapen.

5. Du taler vel nok godt dansk. - Je spreekt wel goed Deens.

6. Ja, det skal jeg nok. - Ja, dat zal ik doen.

Fasulye

dinsdag 18 januari 2011

Turks: Nog meer nuttige bijwoorden (= adverbia)

Ik zal de bestaande lijst met bijwoorden van 18 augustus 2010 nog een beetje completeren.

Turks - Duits - Nederlands

pek - sehr - heel
mesela - zum Beispiel - bijvoorbeeld
genellikle - im allgemeinen - in het algemeen
bilhassa - besonders - bijzonder
çoğunlukla - meistens - meestal
ekseriyetle - meistens - meestal
özellikle - besonders - bijzonder

Natuurlijk komen er in elke les Turks weer woorden van deze soort bij.

Fasulye

zondag 16 januari 2011

Welke hulpmiddelen gebruik je voor het leren van talen?

Voor het leren van talen gebruik ik regelmatig allerlei hulpmiddelen:

1. Woordenboeken op papier
- tweetalig L1 - L2
- tweetalig L2 - L3
- eentalig

2. Werkwoordtabellen als boeken

3. Beknopte grammatica's

4. Leerboeken en werkboeken (bijna uitsluitend baserend op L1 = Duits)

5. MP3 - speler for het afspelen van opgenomen audio-CDs

6. Woordjesschriften (= Vokabelhefte)

7. Mijn laptop voor talengebruik op internet

8. Activiteiten in het internationale talenforum

9. Skype voor multilinguale gesprekken met het buitenland

10. Privé - werkgroepen met mensen bij mij in de buurt

11. Cursussen aan de volksuniversiteit (VHS)

12. TV kijken (zenders Nederland 2, TV 5 en CNN)

13. Radionieuws luisteren (zender WDR 5 Funkhaus Europa)

14. Tijdschriften in vreemde talen (voorkeur voor kooktijdschriften en populair natuurwetenschappelijke tijdschriften)

15. Reizen naar het buurland (= Nederland!)

Fasulye

zaterdag 15 januari 2011

Taalcursussen met zelfstudie combineren

Sinds september 2010 volg ik taalcursussen aan de volksuniversiteit, die als groepslessen gegeven worden. Maar de volksuniversiteit heeft een lesrooster dat overeenstemt met de schoolvakanties van mijn bondsstaat. Dus elk jaar zijn er behoorlijk wat vakantietijden die het studieritme onderbreken.

In vroegere jaren heb ik gewoon gepauseerd met talenleren, zoals dat de andere leerlingen in de klas doen. Maar dat is niet aantebevelen, want zo raak je het studieritme kwijt en je vergeet te veel van de leerstof. Nu vul ik de vakantietijden met zelfstudie, waarbij ik andere leerboeken gebruik dan wij in klas. Bijvoorbeeld in de kerstvakantie heb ik twee lessen Turks en twee lessen Deens bestudeerd.

Nog belangrijker wordt dat tijdens de zomervakantie van school, want de volksuniversiteit zal dan in de maanden juli t/m augustus dicht zijn. Dit is waardevolle tijd om verder aan je talen te werken. Vroeger voelde ik me niet instaat om zelfstudie te doen, daarom heb ik in vroegere tijden zoiets niet gedaan.

Fasulye

vrijdag 14 januari 2011

Deens: Trappen van vergelijking

Ik heb in december een belangrijk kerstkado gekregen, namelijk een Prisma grammatica Nederlands, 15e druk 2010. Ik heb deze grammatica nodig om Nederlandse grammaticabegrippen optezoeken, want mijn leerboeken zijn in het Duits geschreven en het Duits gebruikt de Latijnse begrippen. Ik spreek al sinds 1982 Nederlands, maar ik heb nog nooit eerder een grammatica Nederlands gehad.

Voor mezelf zal ik maar even repeteren dat er drie trappen van vergelijking zijn:

1. De stellende trap (= de positief)
2. De vergrotende trap (= de komparatief)
3. De overtreffende trap (= de superlatief)

1. De stellende trap

Deze wordt in het Deens met "Lige så ... som" gevormd.

Voorbeelden:

Sandra er lige så gammel som Lene. - Sandra is net zo oud als Lene.

De sorte sko er lige så dyre som de brune sko. - De zwarte schoenen zijn net zo duur als de bruine schoenen.

2. De vergrotende trap

Deze wordt in de Deens met "end" gevormd.

Voorbeelden:

Er de hyggeligere at se fjernsyn end at læse? - Is het gezelliger om TV te kijken dan te lezen?

Debatten er mere interessant end dokumentarfilmen. - Politieke discussies zijn interessanter dan documentaires.

Vores have er mindre end jeres have. - Onze tuin is kleiner dan jullie / uw tuin.

3. Onregelmatige trappen van vergelijking:

a. god (= goed) - bedre - best
b. dårlig (= slecht) - værre - værst

c. meget (= veel, ontelbaar) - mere - mest
d. lidt (= weinig, ontelbaar) - mindre - mindst

e. mange (= vele, telbaar) - flere - flest
f. få (= weinige, telbaar) - færre - færrest

g. gammel (= oud) - ældre - ældst

h. lille (= klein) - mindre - mindst

i. lang (= lang) - længere - længst

j. gern (= graag) - hellere - helst

4. Bij langere woorden, worden de trappen van vergelijking met "mere" en "mest" gevormd.

Fasulye

donderdag 6 januari 2011

Deens: noget - ikke noget - nogen - ikke nogen

Kleine woordjes kunnen in een vreemde taal tot verwarring leiden. Hier wil ik dus vier Deens woorden presenteren en uitleggen hoe ze gebruikt woorden.

De betekenis in het Nederlands, Duits en Engels

noget = iets / etwas / something

ikke noget = niets / nichts / nothing

nogen = iemand / jemand / somebody

ikke nogen = niemand / niemand / nobody


Voorbeeldzinnen:

1. Jeg vil gerne købe ind noget. - Ik wil graag iets inkopen.

2. Men det gør ikke noget. - Maar dat geeft niets.

3. l går mødte jeg nogen på stranden. - Gisteren heb ik iemand op het strand ontmoet.

4. Nogen vil gerne se fjernsyn hvis vejret er dejligt. - Niemand wil graag TV kijken als het weer mooi is.


Grammaticaregel:

et - woorden > noget / ikke noget:

et værelse: noget værelse, ikke noget værelse

en - woorden > nogen / ikke nogen:

en by: nogen by, ikke nogen by

meervoud et / en - woorden: nogen rundstykker, ikke nogen rundstykker


Woordenschat:

et værelse = de kamer / das Zimmer / the room
en by = de stad / die Stadt / the town or city
et rundstykke = het broodje / das Brötchen / the bread roll

Fasulye

Deens: Betrekkelijke bijzinnen (= Relative Clauses)

Het grammatica onderwerp van vandaag zijn betrekkelijke bijzinnen (= relative clauses) in het Deens. En omdat de Nederlandse grammatica terminologie (die afwijkt van Latijnse begrippen) voor mij moeilijk is, schrijf ik erbij Duitse of Engelse begrippen tussen haakjes. In het Deens heb je dus twee betrekkelijke voornaamworden (= relative pronouns), dat zijn "der" en "som".

der > het betrekkelijk voornaamwoord heeft betrekking op het onderwerp (= subject) van de zin.
som > het betrekkelijk voornaamwoord heeft betrekking op het onderwerp (= subject) of voorwerp (= object) van de zin.

Voorbeelden:

1. Det er hende, der (som) elsker at spille håndbold. - Dat is diegene die graag handbal speelt. (onderwerp)

2. Det er ham, der (som) kan ikke lide at går en tur. - Dat is diegene die niet van wandelen houdt. (onderwerp)

3. Det er dem, som vi mødte i går. - Dat zijn diegenen die je gisteren hebt ontmoedt. (voorwerp)

4. Det er ham, som vi spillede tennis med i søndags. - Dat is diegene met wie we 's zondags tennisten. (voorwerp).

Fasulye

zondag 2 januari 2011

Turkse grammatica: De gebiedende wijs - De imparatief

In les 6 van het boek "Günaydın" wordt de gebiedende wijs (de imparatief) doorgenomen.

Ik zal de werkwoordvormen prezenteren en voorbeeldzinnen geven:

1. gitmek = gaan, rijden

(sen) Postaneye git! - (sen) Postaneye gitme!
(jij) Ga naar de post! - (jij) Ga niet naar de post!

(siz) Postaneye gidin! - (siz) Postaneye gitmeyin!
(jullie, u) Gaan jullie naar de post! - (jullie, u) Gaan jullie niet naar de post!

Met andere werkwoorden:

2. vermek = nemen

(sen) ver! - (sen) verme!
(siz) verin! (siz) vermeyin!

3. beklemek = wachten

(sen) bekle! - (sen) bekleme!
(siz) bekleyin - (siz) beklemeyin!

4. almak = nemen, kopen

(sen) al! - (sen) alma!
(siz) alın! - (siz) almayın!

5. okumak = lezen

(sen) oku! - (sen) okuma!
(siz) okuyun! (sen) okumayın!

Bovendien bestaat er nog een zeer formele vorm voor de "siz" persoon, die gevormd wordt door "iz / ız / uz / üz" aan de werkwoordsvorm van de "siz" persoon aantehangen. Maar deze vorm wordt in de gesproken taal in Türkiye nauwelijks gebruikt. (Voorbeeld: Postaneye gidiniz! - Postaneye gitmeyiniz!)

Fasulye