Leerboek: Vi snakkes ved, Les 2
Uitgebreid hebben we in de les behandeld, hoe het met mensen kan gaan en - vraag en antwoord.
Hoe gaat het met jou/met u: Hvordan går det met dig?
Hoe is het met jou/met u: Hvad met dig?
Het gaat uitstekend: Det går fint.
Het gaat goed: Det går godt.
Het gaat zo wel: Det går meget godt.
Het gaat niet zo goed: Det går ikke så godt.
Als men wil weten wat er aan de hand is: Hvad er der i vejen?
Beterschap toegewenst: God bedring!
Het gaat niet zo goed, omdat ik verkouden ben.
Det går ikke så godt, fordi jeg er forkølet.
Fasulye
Geen opmerkingen:
Een reactie posten