vrijdag 24 februari 2012

Deens: Belangrijke voorzetsels

Nu wil ik een paar heel belangrijke voorzetsels van het Deens presenteren.

het voorzetsel (NL) = the preposition (ENG) = die Präposition (GER)

1. foran = voor

Stolen står foran bordet. = De stoek staat voor de tafel.

2. bag = achter

Skabet står bag sengen. = De kast staat achter het bed.

3. mellem = tussen

Mellem fjernsynet og computeren ligger der nogle bøger. = Tussen de televisie en de computer liggen er boeken.

4. over = boven

Over landskabet skinner solen. = Boven het landschap schijnt de zon.

5. under = beneden

Under bordet ligger hunden. = Beneden de tafel ligt de hond.

6. ved siden af = naast

Ved siden af min far star mine søskende. = Naast mijn vader staan mijn broer en zus.

7. over for = tegenover

Over for supermarkedet står mange huse. = Tegenover van de supermarkt staan veel huizen.

8. ved = bij, aan

Ved krydset må du langsomt cykle. = Bij de kruising moet je langzaam fietsen.

Fasulye

Geen opmerkingen:

Een reactie posten