dinsdag 27 januari 2015

Het schaakspel (2) - Woordenschat Nederlands en Duits

Ik ben tweetalig, wat mijn schaakactiviteiten betreft. Eigenlijk wil ik drietalig worden met nog het Engels daarbij. Maar daar moet ik nog aan werken. Ik heb 4 jaar in een Duitse schaakclub geschaakt en daarbij twee Duitse leerboeken gebruikt. Nu schaak ik op een Nederlandstalige online schaakwebsite en ik heb verschillende schaakboeken in het Nederlands hier thuis op de boekenplank staan.
Dus ga ik een beetje schaakterminologie Nederlands - Duits presenteren:
1. het schaakmat = das Schachmatt
2. de koning staat schaak = der König steht im Schach
3. het pat = das Patt
4. het schaakstuk is gepend = die Schachfigur ist gefesselt
5. de penning = die Fesselung
6. de pion heeft twee schaakstukken gevorkt (EDIT) = der Bauer hat zwei Schachfiguren gegabelt
7. de vork / het vorkje (EDIT) = die Gabel
8. de fianchetto-loper = der Fianchettoläufer
9. de remise = das Remis
10. de rokade = die Rochade
Fasulye

2 opmerkingen:

  1. Ik ben niet zo thuis in schaakterminologie, maar waar 'fork(je)' staat, zul je hoogstwaarschijnlijk 'vork(je) bedoelen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hallo Gaston,

    Ja, natuurlijk, je hebt mij betrapt met een interferentie tussen het Nederlands en het Engels! In het Engels namelijk zegt men "fork" niet alleen voor bestek, maar ook als schaakbegrip. Ik zal mijn spellingsfout gelijk verbeteren.

    Fasulye

    BeantwoordenVerwijderen